7 augustus 2019 - geplaatst door RENDER.

Jarenlang zakendoen op basis van distributieovereenkomsten geeft niet automatisch recht op een nieuwe distributieovereenkomst

Dat is de uitkomst van een kort geding tussen Oost Matrassen en Auping. De voorzieningenrechter van de rechtbank Overijssel oordeelde op 19 juli jl. in kort geding dat Auping niet verplicht is een nieuwe distributieovereenkomst aan te bieden aan Oost Matrassen. Dit ondanks het gegeven dat partijen al jaren samenwerken.

Uit het vonnis volgt dat Oost Matrassen en Auping al ruim 20 jaar zaken met elkaar doen op basis van distributieovereenkomsten. In april 2019 laat Auping weten de samenwerking niet te willen voorzetten. Oost Matrassen is het daar niet mee eens en stelt dat zij erop mocht vertrouwen dat de overeenkomst zou worden verlengd. 

De voorzieningenrechter stelt vast dat Auping een selectief distributiestelsel hanteert en dat Auping sinds 2011 bepaalde tijd overeenkomsten aanbiedt aan al haar distributeurs. Zo ook aan Oost Matrassen. De laatste distributieovereenkomst met Oost Matrassen is aangegaan m.i.v. 1 augustus 2017 met een looptijd van 2 jaar. In de overeenkomst is opgenomen dat de overeenkomst na afloop van de looptijd van rechtswege eindigt zonder dat daartoe enige opzegging vereist zal zijn. Daarnaast is opgenomen dat geen van partijen vanwege de beëindiging een vergoeding aan de andere partij verschuldigd zal zijn.

Duidelijk is wel dat partijen hebben gesproken over een toekomstige invulling van de samenwerking. Er zijn volgens de voorzieningenrechter echter geen mededelingen of concrete toezeggingen gedaan die bij Oost Matrassen het gerechtvaardigd vertrouwen hebben kunnen wekken dat er per 1 augustus 2019 een nieuwe distributieovereenkomst tot stand zou komen. De jarenlange relatie biedt ook geen uitkomst. Uit de eerder afgesloten distributieovereenkomsten kan aldus de voorzieningenrechter niet worden afgeleid dat er automatisch weer een nieuwe distributieovereenkomst tot stand zou komen. Dat volgt ook niet uit de overeenkomst. Vooralsnog betekent dit voor Oost Matrassen dat de relatie na twintig jaar stopt per 1 augustus 2019, nu is overeengekomen dat de overeenkomst na afloop van de looptijd van rechtswege eindigt zonder opzegging. Op een vergoeding of tegemoetkoming hoeft Oost Matrassen niet te rekenen. In de overeenkomst is immers opgenomen dat er geen vergoeding verschuldigd is vanwege de beëindiging.

De uitspraak van de rechtbank Overijssel maakt duidelijk dat het jarenlang zaken met elkaar doen op zichzelf nog niet betekent dat daaruit rechten kunnen worden ontleend. Als er een overeenkomst is, dan is datgene wat partijen hebben afgesproken over voortzetting en beëindiging in die overeenkomst in principe leidend. Dit is mogelijk anders indien er concrete toezeggingen zijn gedaan waaruit het vertrouwen mocht worden ontleend dat er een nieuwe overeenkomst zou worden gesloten. Voor distributeurs dus iets om rekening mee te houden bij het onderhandelen en sluiten van een (nieuwe) distributieovereenkomst, zeker indien er sprake is van een grote mate van afhankelijkheid van de omzet uit de distributierelatie.

Lees het vonnis hier.

MEER WETEN OVER DISTRIBUTIECONTRACTEN? 

Sigfrid van den Berg

Owner | Advocaat 
Stuur mij een e-mail
+31 6 24877340













Eric van der Ploeg

Owner | Advocaat 
Stuur mij een e-mail
+31 6 53823914